Vlak voor de Tweede Wereldoorlog wordt de jonge Agostino Braida door zijn ouders als boerenknecht ‘uitgeleend’ aan een rijke maar gierige en hardvochtige boer.
Titel
Doem
Auteur
Beppe Fenoglio 1922-1963
Vertaler
Pietha De Voogd Mieke Geuzebroek
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Italiaans
Oorspr. titel
La malora
Uitgever
Amsterdam: De Bezige Bij, 2017
123 p.
ISBN
9789023499565 (paperback)

Besprekingen

Beppe Fenoglio tekent met zijn magistrale ingetogen stijl (familie)geschiedenissen op uit Piemonte in de jaren dertig.

Het wemelt van de zinnen die smaken als verrukkelijke kleine zoetigheden.

Toen het werk van Cesare Pavese (1908-1950) al voor een belangrijk deel in het Nederlands verkrijgbaar was, waren de boeken van streek- en tijdgenoot Beppe Fenoglio (1922-1963) hier nog vrijwel onbekend. Tot zo'n vijftig jaar na Fenoglio's dood was er maar één titel van hem in het Nederlands beschikbaar: De drieëntwintig dagen van de stad Alba, waarvan de vertaling in 1985 verscheen in De Italiaanse bibliotheek van Peter van der Velden, slechts vier delen welgeteld.

Inmiddels begint men ook bij ons te ontdekken dat het verzameld werk van Fenoglio een kleine schatkamer is. In 2012 kwam Een privékwestie uit, over een jonge partizaan die verblind door liefde en jaloezie het onheil over zichzelf en zijn kameraden afroept. In 2015 werd die roman gevolgd door het postuum verschenen De laatste dag, over een partizaan die zich na de oorlog geen raad weet met zijn idealen. En nu zijn er twee nieuwe vertalingen van werk van Fenoglio bij g…Lees verder

Deze korte roman uit 1954 beschrijft hoe de jonge Agostino Braida door zijn ouders als boerenknecht wordt ‘uitgeleend’ aan een rijke maar gierige en hardvochtige boer die zelf ook weer pachter is van een rijke apotheker uit de stad Alba in Noord-Italië. De jongeman doet zijn best, werkt keihard, maar ervaart alleen maar teleurstellingen: hij mag nooit naar huis, alleen voor de begrafenis van zijn vader. Zijn broer Emilio, die op het seminarie zit, ziet hij ook nauwelijks. Vrienden heeft hij niet, een kennis, Mario Bernasca, stelt hem voor om samen maaier te worden, een goed betaalde baan, maar slechts voor de zomermaanden, Agostino weigert en kiest voor de zekerheid van zijn eigen harde bestaan. Wanneer de boer een dienstmeid, Fede, bijna achttien, in dienst neemt ontstaat er tussen haar en Agostino iets moois, maar zij wordt voor zijn neus weggekaapt door een ander. Een sfeervolle beschrijving van het harde leven op het platteland vlak voor de Tweede Wereldoorlog, met de armoede, het…Lees verder